Nieuw in de Fotogalerij

Inloggen

Voor een aantal items op deze internetsite o.a. plaatsen van een foto in de fotogalerij, dient u zich te registreren.






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!

Bezoekers

We hebben 7 gasten online
Het ABC van het kunstaasvissen (2)
vrijdag 02 december 2005

Alhoewel ik het met de huidige verandering van het weer, zeg maar het broeikas effect, niet precies meer weet, mogen we toch aannemen dat het weer in september en oktober kouder zal zijn dan in de voorgaande maanden.
Dat wordt dan de periode waarin ik van oppervlakte kunstaas ga overschakelen op het kunstaas waarmee ik de meeste roofvis gevangen heb: de spinner en daar rangschik ik dan ook de tandemspinner en de bucktailspinner onder.

Geloof deze oude rot in het kunstaasvak die al meer dan 50 jaar met spinners vist maar, als ik zeg dat de spinner het meest universele kunstaas is dat ik ken en dat veel van mijn collega’s er net zo over denken. Ik heb in oude catalogi en hengelsportboeken uit de laatste 80 jaar vele spinnermodellen gezien en er komen nog steeds nieuwe op de markt. Dat brengt dan wel het probleem voor nieuwe kunstaasvissers met zich mee dat die niet goed weten met welke spinners ze het beste kunnen starten en liefst roofvis vangen.

Beter te licht dan te zwaar!
Metaal, en of het nu koper, staal, lood of blik is maakt niet uit, heeft een soortelijk gewicht dat hoger is dan dat van water en het gevolg is dat deze materialen zinken als je ze in het water werpt. Hoe zwaarder een metalen spinner, hoe sneller hij zinkt. Spinners worden vooral zwaarder doordat men de body van koper, messing, zelfs lood etc. gemaakt heeft. Een andere mogelijkheid is het aanbrengen van een portie koplood vlak voor het spinnerblad. In visserskringen spreken we dan van een zg “verzwaarde spinner” Is de body echter van een stukje plastic slang zoals van een rietje waarmee je uit een flesje drinkt of wat plastic kralen gemaakt, dan hebben we een veel lichtere en dus langzaam zinkende spinner en deze uitvoering noemen we dan een onverzwaarde spinner”. Er zijn geen vastgestelde normen waardoor je meteen weet of kunt aflezen of een bepaalde spinner verzwaard of onverzwaard is, het is vooral een kwestie van dit zelf bepalen en er zijn de nodige tussenvormen.


”Hij was zeer tevreden met deze snoek van 83 cm aan een zelfgebouwde spinner.”

Ervan uitgaande dat er vooral in Nederland en in iets mindere mate in Belgie vooral in polders, sierwateren in dorpen en steden en niet te diepe kanalen wordt gevist door vooral de beginnende kunstaasvissers, geef ik deze vissers de raad om met onverzwaarde spinners te beginnen. Waarom? Om verschillende redenen. Allereerst is de kans op vastraken en je spinner verspelen stukken kleiner dan bij het vissen met verzwaarde spinners. Roofvissen hebben meer aandacht en interesse in spinners die boven hen worden aangeboden dan in spinner die onder hun ogen het verleidelijke werk doen. Een onverzwaarde spinnen kun je altijd nog met een koploodje wat zwaarder maken als het nodig is. Als deze eerste keuze gemaakt is, komt de volgende en ik vraag me af of veel kunstaasvissers eigenlijk wel nadenken bij de keuze van de vorm van het spinnerblad.

Smal, middelmaat of breed?
Het draaiende spinnerblad wordt dus geacht de trillingen te maken die de roofvis allereerst opmerkzaam maken op een mogelijke prooi en hem vervolgens tot aanbijten verleiden. Een blik op een rek met spinners in de hengelsportzaak leert dat er spinnerbladen in verschillende vormen zijn. Er zijn spinners met een heel smal blad, dat noemen ze de wilgenbladvorm, en spinners met een behoorlijk rond blad dat de naam Colorado vorm kreeg. Daar tussen in zitten dan nog weer de Indiana en de French modellen, niet te smal, niet te rond, en het blad van de bekende Mepps Aglia spinner is daar een goed voorbeeld van.

De vorm van het spinnerblad is nu bepalend voor de hoek die dit blad met de as van de spinner maakt tijdens het binnendraaien. Een wilgenblad spinner draait onder een hoek van 25 graden, dus vrij dicht bij de as van de spinner. De hoek die de spinners met een Indiana of French blad maken is zo’n 40 graden en een spinner met een Colorado blad heeft de grootste hoek, tot wel 60 graden. We noemen dit de uitslag die het spinnerblad maakt. Met verschillende spinnerbladen krijg je ook verschillende trillingen en een behoorlijk verschil in weerstand bij het binnendraaien. Zou je op exact dezelfde body een wilgenblad maatje 4 monteren en op een zelfde body een Coloradoblad maat 4, dan zou je het verschil heel goed voelen. Ook zou je zien dat bij dezelfde indraaisnelheid de wilgenblad spinner dieper door het water gaat dan de Colorado spinner met dat bredere blad. Dat komt dan weer door de opwaartse druk van dat veel breder draaiende spinnerblad. Een onverzwaarde Colorado spinner is dus uitermate geschikt om in ondiepe wateren te gebruiken en ik zelf doe dat vaak.
U wil graag voorbeelden met namen? Hier komen ze: de Ondex en de Mepps Lusox zonder koplood. Genoemde spinners zijn al zo vaak nagemaakt dat het barst van de imitaties van deze goede vangers en ik geef de voorkeur aan de originele uitvoering.


“Op troebel water ving ik deze mooie 108 cm poldersnoek met een J.E. tandemspinner.”

Voordat ik met de praktijk van het vissen met spinners ga beginnen, nog snel iets verteld over die oh zo belangrijke trillingen. Het zijn deze trillingen die maken dat een roofvis die de spinner niet kan zien, toch deze spinner kan lokaliseren. De zijlijn aan beide kanten van zijn lijf vangt die trillingen op en stuurt zo de roofvis naar de prooi. Nu hebben onderzoekingen uitgewezen dat roofvissen, en voor deze die na het vangen weer netjes teruggezet worden, leren dat bepaalde trillingen een risico inhouden. Ze leren dan ook om niet te reageren op trillingen van veel gebruikte spinners. De oplossing is nu om regelmatig eens met wat spinners met een ander blad, meerdere bladen of een combinatie van totaal verschillende bladen in te zetten. Verandering van spinnerblad doet dus meer eten. Genoeg over de technische kant van dit kunstaas geschreven, laten we maar gaan vissen.

Aanpassen aan het viswater
Met welke spinner ik in een bepaald viswater ga vissen, hangt vooral af van de omstandigheden van dit water. Is het diep, ondiep, zijn er veel waterplanten of juist weinig, is er veel of weinig stroming, is het helder of troebel en welke roofvissen kan ik verwachten?
En dan heb ik het nog niet over de vragen of er veel of weinig wind is, of het zonnig is of juist bewolkt, is het klein of groot water? Of er veel of weinig obstakels op de bodem zijn, is de vis hier gevoelig voor dressuur en of het zomer of winter is? Kortom, heel veel factoren hebben invloed op de spinnerkeuze. Voor mij als oude rot in het vak met een heel assortiment in mijn vistas is het niet zo’n probleem. Vooral niet omdat ik heel veel vertrouwen heb in die spinners die ik gebruik en dat komt weer omdat ik er veel mee gevangen heb. Gemakkelijk gezegd natuurlijk, maar een beginnend kunstaasvisser die een spinner maar een vreemde imitatie van een aasvis vindt, mist die praktijkervaring en dus meestal ook dat vertrouwen en zou het liefst na 10 worpen een andere spinner monteren. Doe dat dus niet, tenzij je bij elke worp op de bodem vast zit, want dan klopt er fundamenteel iets niet.

Even een paar praktische tips: op groot water is het gebruik van een grote spinner aan te bevelen omdat deze meer trillingen maakt dan een kleine spinner en zo meer de aandacht van de roofvissen trekt. Als er in een water veel kleine snoek en baars zit, gebruik dan juist wat kleinere spinners, de kleine vis vindt die aantrekkelijker om aan te vallen dan die grote spinners. Wil je echter selectief op grote rovers vissen, dan is een grote spinner aan te bevelen. In stromend water, ook als het ondiep is, kun je beter iets zwaardere spinners gebruiken want door de stroming worden de lichtere spinners vaak naar de oppervlakte geduwd. Als beginner kun je beter zuivere korte worpen naar goed uitziende stekken maken dan proberen alleen maar zover mogelijk te werpen. Zelf werp ik altijd diagonaal naar de andere kant van de sloot, dan kun je vaak op het laatste moment je worp nog corrigeren. Na iedere worp loop ik een stap verder en vis zo nauwkeurig en systematische de vele poldersloten in mijn gebied af, probeer het ook eens op deze manier!


"Er zijn zeer grote spinnerbaits en buzzers voor het vissen op kanjersnoek.”

De juiste combinatie
Een grote spinner met bladmaat 6 of 7, jazeker, zo groot zijn ze er, laat zich nog zonder al te veel problemen werpen met een lichte spinhengel. Zo zwaar is zo’n spinner ook weer niet en veel vissers denken dat je een 30 grams Aglia spinner met een bladmaat 7 zonder meer aan dat werphengeltje met 15 tot 20 grams werpvermogen kunt hangen. Dat kun je doen, maal als je na het inwerpen gaat binnendraaien, zul je tot je verbazing zien dat de hengel reeds helemaal krom getrokken wordt door de weerstand die het grote draaiende spinnerblad ondervindt. Voor dergelijke hengels heb je dus veel zwaardere spinhengels nodig. Een spinner met een blad maatje 0 met een te zware spinhengel vissen, zorgt ook voor weinig plezier en je kunt de aanbeet niet eens goed waarnemen. Kortom, zorg voor de juiste combinatie van spinhengel, molen, lijn en niet te vergeten de onderlijn als het om snoek gaat.

Als ik het over de juiste combinatie heb, bedoel ik niet alleen die van het materiaal. Nee, ook de combinatie viswater-type en formaat spinners is belangrijk en ik zal dit even toelichten. Wil ik op de rivier, welke maakt niet uit, op baars, winde of roofblei vissen met spinners, dan doe ik er goed aan om niet met bladmaat 7 te gaan spinnen. Deze spinner is gewoon veel te groot voor deze rovers maar wel geschikt voor vriend snoek en zelfs meerval.

Wil ik op de grote plassen rondom Amsterdam of de grintgaten langs de Maas met de spinner op kanjersnoek, dan kan ik beter de spinners tot maatje 3 thuis laten, want grootmoeder Esox vindt het zonde van de tijd en inspanning om erachteraan te gaan. Wil je echter snoekbaars of baars vangen, neem dan wel de kleinere maten, liefst met plastic staartversiering.

Starten, variatie en concentratie
Een spinner heeft pas vangkracht als het blad goed in de rondte draait, dus spint. Dat doen we door na het inwerpen meteen een aantal malen de slinger van de molen vlot rond te draaien. Daarmee starten we het draaien van het spinnerblad en je voelt de weerstand groter worden. Voel je die weerstand niet, bijvoorbeeld doordat de onderlijn tussen het blad en de as van de spinner gekomen is, draai dan snel binnen en hang de spinner goed en werp weer in.
Beginnende kunstaasvissers voelen vaak dat ontbreken van die weerstand niet en draaien dan voor Jan met de korte achternaam hun spinner binnen en vangen zeker niets. Vis ik op erg ondiep water of moet ik net boven de waterplanten vissen, dan begin ik al met het binnendraaien als de spinner nog in de lucht is. Bij het landen krijgt hij dan meteen in het oppervlak een voorwaartse beweging en daar heb ik al veel goede resultaten en minder groen mee geboekt.

Er is geen wet die zegt hoe snel of hoe langzaam je een spinner dient binnen te vissen. Dat bepaal je zelf en ik varieer de snelheid graag. Dat doe ik niet alleen door sneller of langzamer met de molenslinger te draaien, ook een voorwaartse beweging van de hengeltop zorgt voor variatie in de snelheid. Nog interessanter voor de roofvis wordt het als de vermoedelijke prooi niet alleen sneller of langzamer gaat maar ook nog hoger of lager. Kijk een echte prooivis, en vooral een die niet 100% gezond is, zwemt ook niet in een rechte lijn met altijd dezelfde diepte en snelheid. Door nu tijdens het binnenvissen met je hengeltop omhoog en omlaag te gaan alsmede van links naar rechts, krijgt je spinner een veel interessantere manier van zwemmen en wordt vooral door de niet echt hongerige roofvissen toch nog gepakt. Vooral in helder water kun je vaak zien dat zo’n plotselinge verandering de roofvissen aanzet tot aanvallen, doen dus!


“Deze metersnoek pakte zo’n grote spinnerbait.”

Dubbel op in troebel water
Ik had het net over het spinnen in helder water en op dat moment bedacht ik me dat ik veel en veel meer in vrij troebel water vis. De oorzaak is dat ik vooral in mijn eigen kleipoldersloten heel veel met de spinner vis omdat dit het kunstaas is dat waarschijnlijk de meeste trillingen maakt en succesvol is. Natuurlijk, ik heb met allerlei bekende en onbekende spinners met enkel blad goed gevangen, maar sinds een jaar of 12 gebruik ik vooral tandemspinners. Dit zijn spinners met 2 bladen, soms verschillend van grootte, soms 2 dezelfde bladen, die enorm veel trillingen afgeven en verantwoordelijk zijn voor meer dan de helft van de snoeken die ik de laatste 12 jaren in mijn poldergebied gevangen heb. Ik heb er echt geen moeite mee om tandemspinners met twee bladen maatje 5 te gebruiken, zelfs kleine snoek pakt ze.
Meestal gebruik ik modellen zonder koplood maar staat er veel wind of vis ik vooral in de winter op wat diepere stekken, dan monteer ik 3 tot 10 gram lood voor de spinner. Vooral dat snel verwisselbare kiellood met spinstangetje dat je krijgt bij de aankoop van een Mepps Lusox heeft mijn voorkeur.

Er zijn stekken in de polder waar ik zelfs nog zwaarder koplood tot wel 15 gram, voor de tandemspinner monteer: als ik onder de duikers ga vissen. Daar is het veel dieper en het lood maakt dat ik vrij ver onder die duiker kan werpen met een korte beweging van de pols. Echt, tussen het beton zitten vooral in de winter veel roofvissen.

Presentatie belangrijker dan kleur
Ik zal wat uren verdaan hebben met het praten en schrijven over de kleur van het kunstaas en bij spinners is het niet anders. Ik ken vismaten die zweren bij spinnerbladen met rode stippen, liefst aan de binnenkant van het spinnerblad. Wat te denken van een echt goede kunstaasvisser die met een viltstift zwarte strepen op al zijn zilveren, gouden en koperen bladen tekent? Ik persoonlijk geloof er niet in. Heeft u al eens gekeken naar een draaiend spinnerblad in helder water? Dan ziet u dat al die kleuren op dat blad vervagen tot een kleur die moeilijk te beschrijven is, rode stippen zie je al lang niet meer. Ik maak me niet druk om kleuren en hang er de kleur aan die voorhanden is.

Ik varieer meer, vis net even geconcentreerder dan de gastvissers die vaak mee zijn en let op ieder flits van een wegschietende vis, van dat kleine tikje tegen de spinner, die kleine kolk en probeer het dan nog een keer op die plek. Ik zou iedere beginnende kunstaasvisser aanraden meer op de presentatie van die spinner dan de juiste kleuren die toch vervagen te letten. Geloof me voor de zoveelste keer: kleuren vangen meer vissers dan vis.

Nog meer soorten in de spinnerfamilie.
Ik zie dat ik niet zo erg veel ruimte meer over heb voor deze bijdrage en daarom snel nog een paar variaties op de gewone spinner genoemd. Allereerst is dat de spinnerbait, een stukje ijzerdraad met 2 benen waar aan de ene kant de spinnerblad(en) en de andere kant de enkele haak die meestal in een jurk van rubbertjes hangt. Dit kunstaas is niet om in de kerstboom te hangen maar vooral om mee te vissen in plantenrijk water, het is namelijk anti-wier. Maar….. ik haast me te vertellen dat je er ook met succes mee kunt vissen als er geen waterplanten of andere obstakels zijn. Ik ken enkele vismaten die er vooral in de wintermaanden, als de snoeken bijna alle mogelijke en onmogelijke soorten voor de ogen gehad hebben, mee gaan vissen en nog goed vangen ook. Spinnerbaits hebben maar een nadeel: je hebt nogal snel missers met aanbeten vanwege die enkele haak en het feit dat de rovers ook vaak op de arm met het spinnerblad duiken en je dus niets haakt. Er zijn in Amerika en Canada zeer grote spinnerbaits voor het vissen op muskies op de markt en daar zijn de nodige kanjersnoeken in onze landen mee gevangen. Je kunt zelfs goed trollen met deze mega spinnerbaits


“Met voor muskies ontworpen bucktail spinners kun je ook snoek vangen.”

Een ander kunstaas met een draaiend blad is de buzzbait en dit kunstaas heeft een speciaal spinnerblad in de vorm van een soort propeller en je vist het vooral in de oppervlakte. Ik heb de voorzitter van de Engelse Pike Anglers Club, mijn goede vriend Vic Bellars, eens horen zeggen dat de buzzbait de actie en het geluid van een neurotische muis maakt. Hoe het ook zij, je kunt er snoek mee vangen en je kunt er ook moeilijk mee tegen wind werpen en het is een kunstaas voor dagen dat ze het op niets bijten. Ik heb wel eens wat loodhagels voor op de onderlijn gezet om mijn buzzbait dieper te laten zwemmen en als het werkt, is het dus goed. Als laatste buitenbeentje in de spinnerfamilie wil ik een andere van origine Amerikaan noemen: de bucktail spinner die ook vooral voor het vissen op muskies gebruikt werd.

Ik zeg met opzet werd want tegenwoordig is het een snoekvanger, en dan vooral grote snoek, van de eerste orde. Er zijn bucktail spinners met bladmaat 8, een enorm verzwaarde body en soms wel 2 dreggen maat 4/0 en tussen de dreggen nog een bonk lood. Ze zijn er ook kleiner en mijn voorkeursmodel is de Mepps Muskie Killer met langwerpig blad, en een schitterende dikke bos bucktail in allerlei kleuren om de grote dreg. Je moet deze kanjerspinners wel met een zware plughengel vissen want de weerstand tijdens het binnen draaien is zeer groot.
Ik denk dat ik hiermee de meeste belangrijke spinnermodellen besproken heb en aan jullie de eer om er de nodige snoeken, en andere roofvissen mag ook, mee te vangen. Voor jullie oud voorzitter is en blijft de spinner nog altijd kunstaas numero uno en ik hoop er ook in de komende jaren nog veel kanjers mee te vangen, probeer het ook eens, het is nu de juiste tijd!

 
< Vorige   Volgende >