Nieuw in de Fotogalerij

Inloggen

Voor een aantal items op deze internetsite o.a. plaatsen van een foto in de fotogalerij, dient u zich te registreren.






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!

Bezoekers

We hebben 9 gasten online
Het ABC van het kunstaasvissen (4)
zondag 04 december 2005

Schreef ik in het vorige deel van deze serie dat ik hoopte dat het toch eens stukken kouder zou worden zodat er in december en januari lekker fris snoekwater in de poldersloten is, dan word ik nu op mijn wenken bediend.
Eind november hoor ik zo nu en dan de hagelstenen tegen de ramen van mijn kantoor kletteren en de noordwesten wind is af en toe windkracht 8 tot 9.


“Mooie poldersnoek”

Ja, het begint nu op snoekweer te lijken en daar kan ik me dan al behoorlijk op verheugen. Ik wist de lezers in het vorige aflevering verder te melden dat we het in deze ABC aflevering over het trollen met pluggen zouden hebben. Had ik een dergelijk artikel 15 jaar eerder moeten maken, had ik waarschijnlijk weinig over de praktijk van het trollen in de polders kunnen vertellen. Echt, de techniek van het trollen op ondiep water is behoorlijk jong, dit in tegenstelling tot het trollen op wat dieper water. Ik heb het al eens eerder verteld, ik bezit een Engels visboek uit 1805 waarin een heel hoofdstuk aan “the noble art of trolling” gewijd wordt en dan zie je dat de basistechniek niet veel veranderd is. Natuurlijk, de materialen waarmee we nu vissen zijn enorm veranderd en we kunnen nu kiezen uit honderden pluggen met allerlei specifieke eigenschappen en toepassingen. In deze aflevering wil ik zowel de meest algemene als de vrij recent ontwikkelde manieren van trollen, vertaal dat dan door het slepen van een plug achter een boot, bespreken.

Rustig varend en ver achter de boot
Van nature ben ik geen echte bootvisser op snoek, ik struin liever lopend langs de oever een poldergebied af. Vreemd eigenlijk want tussen mijn 12e en 30ste jaar heb ik meer vanuit een licht roeibootje gevist dan vanaf de kant. Ja, kilometers roeien per visdag is me niet vreemd.
De techniek was dan deze: ik viste met een vrij lange hengel met levend aas vanuit de punt van het visbootje dat ik tegen de wind in langs de rietkragen trok. Steeds opnieuw pakte je een paar rietstengels om de boot vooruit te trekken en deponeerde je de aasvis vooral bij de gaten in de rietkraag, bij een bed waterlelies, lisdodden en andere schuilplaatsen voor snoek. Ik vond het een ietwat andere vorm van het peuteren op baars dat in Noord-Holland nog altijd een zeer populaire vorm van wedstrijdvissen is. In de Eilandspolder bij De Rijp waar ik de eerste 27 jaar van mijn bestaan doorbracht, was een bootje een noodzaak om je in die polder te verplaatsen en dat was in het gebied rondom Bovenkarspel met de polders Het Grootslag, de Drieban en De Vier Noorderkoggen eveneens het geval toen ik daar kwam te wonen.
Men was toen echter wel begonnen deze polders te verkavelen en ook al verdwenen er heel veel sloten en plasjes, de bereikbaarheid van de overige sloten en kanalen met fiets en auto verbeterde enorm want vroeger waren er geen wegen in deze vaarpolders. Ik kon dus naar hartelust vele kilometers per dag met de spinhengel in deze polders maken en gebruikte al minder mijn bootje, vooral omdat varen vistijd kostte…


“Een dagje hard werken tijdens gure omstandighden”

Ik weet niet wanneer ik voor het eerst serieus ben begonnen met het trollen met pluggen, ik zal eens wat oude jaargangen van Voor en door DE VISSER inkijken, waarschijnlijk kom ik daarin wel artikel over dit onderwerp tegen. Best interessant dat snuffelen in die oude jaargangen en ik schreef in het september 1989 nummer over het trollen met kunstaas op groot water. Maar tot mijn verbazing had ik in het volgende nummer, dus oktober 1989, ook al een artikel over het trollen met kunstaas in polderwateren. Wel zie je dan dat de toen gebruikte technieken en materialen beduidend verschillen met de manier waarop we nu trollen. Je was destijds allereerst bang dat je plug om de haverklap vast kwam te zitten aan rommel op de bodem. Op het grote en diepe water was dat minder een probleem dan in de ondiepe polders en de plug waarmee ik toen in de polder goed ving, was de ondiep zwemmende Rapala Jointed 11. Waren er veel waterplanten of was het een echt ondiepe sloot waar ik trolde, ging ik vaak een maatje kleiner, dus de J-9. Wat betreft het diepere water was de SSR, staat voor Super Shad Rap, mijn uitgesproken favoriet, gevolgd door de 14 cm Magnum in drijvende uitvoering.

Als ik nu die oude artikelen lees en zie dat ik een vaarsnelheid van 1 tot 2 km per uur, een afstand tussen plug en boot van minsten 15 meter en dan de genoemde pluggen, dan komt er een glimlach op mijn gezicht. Dat was die goede oude tijd, nu trol ik heel anders!!
Maar… wie wil beginnen met trollen op water waar deze vistechniek weinig gebruikt wordt, waar normaal gesproken weinig boten varen en waar de snoek geen last heeft van dressuur, die moet het zeker en vast op bovengenoemde manier eens proberen. Ik ving in het begin van de negentiger jaren mooie snoek, snoekbaars en zelfs baars in de polder met dit langzame trollen met ondiep lopende pluggen op behoorlijke afstand achter de boot. Je zou kunnen zeggen dat trollen op ondiep water voor een soort sensatie zorgde en zelfs de minder goede kunstaasvissers leuk begonnen te vangen. Want zeg nu zelf, het is een luie maar effectieve manier van vissen. Een spinhengel vast houden met op het einde een niet te diep lopende plug en met je bootje zachtjes pruttelend door het netwerk van poldersloten varen is niet moeilijk.
Viste men in het begin vooral in de poldersloten tussen de weiden en akkers met bloemkool en tulpen, enige tijd later ontdekte men dat vooral tijdens de wintermaanden de snoek heel goed in de sloten in de dorpen te vangen was. Ik woon zelf aan het water en nog wel op een kruising van diverse sloten en ik zag iedere herfst en vooral winter steeds meer bootjes met snoekvissers langs varen. Vooral de jeugd vond deze techniek zeer interessant want ze vingen bijna altijd en de kans op een grote snoek boven de 90 cm was vrij groot.
Omdat ik vrij veel lokale vissers ken en regelmatig spreek, weet ik dat het helemaal niet zo bijzonder was als iemand met deze techniek 10 tot 15 snoeken per dag ving, mijn record voor 5 uurtjes trollen is 21 snoeken.


“Tegenwoordig trol ik vlak bij de boot”

De snoeken worden wijzer
Maar na verloop van tijd, ik schat na 2- 3 jaar, werden de vangsten in mijn regio met deze manier van trollen toch beduidend minder en zag je in het heldere water, vooral in de winter als de algen de geest hebben gegeven, hoe de snoeken wel naar het kunstaas toe zwommen maar dan op het laatste moment rechtsomkeert maakten. Typisch een vorm van dressuur en wat doe je daar dan aan? Goede vraag die destijds niet zo snel te beantwoorden was.
Dressuur kwam ook voor als je vanaf de kant viste en de oplossing was dan vaak het inzetten van ander, vooral onbekend, kunstaas. Welnu, dat werkte ook bij het trollen en ik herinner me dat ik ook met lepels, spinnerbaits, shads en zelfs spinners ging trollen en ook goed ving.Het nadeel van dat trollen met ijzerwerk vond ik vooral het feit dat je de diepgang van dit zinkende spul minder goed kon controleren. Stopte je de boot omdat er rommel in de schroef zat of je vismaat aan een rietstengel vast zat, kon je niet zoals bij een drijvende plug je kunstaas even met rust laten. Je moest het eerst binnenhalen, anders zat je aan de bodem vast.Mijn voorkeur bleef dus uitgaan naar drijvende pluggen en omdat ik in de wintermaanden vanaf de oever goed ving met grotere pluggen, zeg maar pluggen tussen de 14 en 20 cm, probeerde ik die ook eens vanuit de boot met trollen.


“Sommige snoeken hebben al heel wat boten en pluggen voorbij zien komen”

Omdat een mens door schade en schande wijs wordt, had ik al heel snel door dat je deze pluggen kort achter de boot moest vissen om te voorkomen dat je iedere 100 meter varen aan de bodem vast zat. De afstand van 15 meter en meer werd ingekort tot 10 meter, later tot 5 meter en tegenwoordig trol ik met mijn plug nog maar 2 meter achter de boot. Klinkt ongeloofwaardig, vooral voor de lezers die dit voor het eerst lezen alhoewel ik er de laatste jaren al heel vaak melding van maakte.Die korte afstand maakt het nu mogelijk dat je pluggen die normaal gesproken 4 of meer meters diep gaan, nu in het maar een meter diepe polderwater kunt inzetten. Immers, als je maar 2 meter lijn buiten de hengeltop hebt, kan die plug nooit de diepte in duiken want de lijn houdt hem tegen. Dat veroorzaakt nog een ander zeer interessant effect: normaal gesproken hebben pluggen een slingerende zijwaartse actie. Deze kort gevist dieplopende pluggen krijgen er nu nog een verticale actie bij. De waterdruk tegen de schoep duwt de plug naar beneden, de korte lijn trekt hem weer omhoog en het is deze gecombineerde actie die de plug nog aantrekkelijker maakt voor de snoek, maar ik heb zo ook snoekbaars en baars gepakt.Als je nu al varende ook met je hengeltop heen en weer gaat, krijg je nog meer actie.
Ik hoor nu mensen denken en zeggen dat deze kort bij de boot getrolde plug dan zeer waarschijnlijk in het bruisende schroefwater zwemt en dat klopt als een zwerende vinger als je hem achter de boot vist. Of je de plug achter de boot of aan de zijkant van de boot vist, bepaal je zelf. Ik heb er geen bezwaar tegen om in het witte schroefwater te vissen want ik vang dan net zo goed mijn roofvisje, ook al kan de snoek die plug niet zien. Volgens mijn registreren ze de trillingen met de zijlijn en duiken dan blind op die vermeende prooi. Trouwens, niet zo vreemd want heel vaak zie ik tijdens het varen snoek op de wegschietende aasvissen duiken. Hier betekent een varende boot vaak een goedkope maaltijd voor ze.
Een korte lijn tussen top en plug betekent ook dat je op die lijn moet kunnen vertrouwen en dat geldt ook voor de slip van je molen of reel. Zelf gebruik ik alleen nog maar een reel als ik trol, je hebt nu meteen de krachten rechtstreeks op de spoel en niet via een haakse bocht zoals bij een normale molen het geval is. Welke lijn? Heel eenvoudig, voor mij altijd een goede dyneema lijn met een dikte van rond de 0,28 mm.


“Grote snoek aan grote plug”

Blijft over de vraag welke pluggen? Ik zal kort zijn en mijn top 3 geven: allereerst de reeds genoemde Super Shad Rap en ik gebruik die vaak in baarskleur. Vervolgens de Salmo Perch 12 cm in de diepzwemmende uitvoering en ook hier is de baarskleur favoriet. Tenslotte de eendelige Ernie met grote zwemlip, deze loopt het diepst van alle drie pluggen en heeft me al vaak geholpen als de vangsten met de eerstgenoemde pluggen minder werden.
Zo, de meeste informatie over trollen in polderwater anno 2005 heb ik al genoteerd, doch er blijft nog een belangrijke zaak over en die zal ik nu uit de doeken doen.

Niet gauw te snel!
Beginnende bootvissers die voor het eerst gaan trollen, hebben maar een angst: dat ze te snel varen. Ik kan die angst verklaren maar deze ook meteen wegnemen. Echt, je vaart niet gauw te snel tijdens het trollen, eerder te langzaam. Ja, en dat geldt zeker en vast ook voor de wintermaanden. Ik schreef het in ons blad al vaak: ik trol in de winter sneller dan in de warmere maanden. Waarom, gewoonweg omdat ik ontdekt heb dat ik dan meer vang. Het criterium is heel eenvoudig: wie vangt heeft gelijk! Alle theorieën over koud water waarin koudbloedige dieren zoals de vissen en dus ook de snoek een tragere stofwisseling hebben en dus minder actief jagen, lap ik aan mijn grote lieslaarzen. Volgens mij is de snoek in de koude wintermaanden juist extra actief en ga ik tegenwoordig met groter kunstaas en meer snelheid op jacht naar mijn vriend Esox. Veel gastvissers die met me mee gaan, verbazen zich over de snelheid waarmee ik trol, ik schat die zelf tussen de 4 en 5 km per uur in, en zijn nog meer verbaasd als ik dan ook nog goed vang. Echt, krijg ik vragen van lezers over de juiste snelheid van de boot tijdens het trollen, dan adviseer ik ze het vooral eens met hogere snelheid te proberen als ze weinig aanbeten krijgen. Ik heb met gastvissers al de nodige weddenschappen gewonnen als ik ze vertelde dat ze nog eens zo snel moesten trollen als ze deden en dan wel zouden vangen. Net als met de keuze van het juiste kunstaas, en dat is nog altijd het kunstaas dat vangt, is vertrouwen in de vaarsnelheid van de boot heel belangrijk. Geloof deze poldervisser nu maar, dat krijg je enkel en alleen door het vangen. Het verbaast me vaak dat toch echt goede vissers vastgebakken zitten aan bepaalde veronderstellingen van andere hengelsportauteurs. Het lijken wel dogma’s en daar mag en moet je niets aan veranderen. Grote flauwe kul! Er zijn geen 100% vaste regels in de moderne sportvisserij. Daar raakt ik steeds meer van overtuigd en het resulteert in nog meer experimenteren met kunstaas, met vaarsnelheden, manieren van varen zoals het zigzag door een kanaal trollen en de tijdstippen waarop. Met dat laatste doel ik op het in donker trollen op snoek en dan vooral in die wateren waar de snoek overdag al heel veel bootjes en nog meer pluggen voorbij ziet komen en daar echt zijn buik van vol heeft.


“Schitterende wintervis”

Ik bemerk dat deze ABC aflevering een ietwat andere vorm heeft dan de voorgaande 3 uit deze serie en dat heeft een reden. Ik zie meer en meer lieden op deze gemakkelijke manier op snoekvissen en ze toch steeds minder vangen omdat ze trendvolgers zijn en geen trendsetters.
Volgens mij komen er momenten dat de snoeken zo verzadigd zijn van dat steeds maar weer opnieuw achter dat voorbij suizende kunstaas aan te jagen dat ze in staking gaan. Als dat moment komt, en ik zag het al eens op enkele zeer druk beviste stekken, stap ik over op de meest natuurlijke pluggen die er zijn: een dode aasvis. Die kun je achter een boot ook prima slepen en de snoek is er gekker op dan op een stuk metaal, plastic of hout. OVB onderzoek heeft uitgewezen dat de snoek minder snel uitgekeken is op een aasvis dan op kunstaas. Hoe je het wendt of keert, ze moeten op een gegeven moment toch weer eten, dressuur of geen dressuur, en dan is een aasvis nog steeds het meest aangewezen en ook natuurlijke aas.
Maar goed, ik kan alleen maar hopen dat we in december nog geen extra vroege winter met ijs in de sloten krijgen. Want echt, ik verheug me nu al op een aantal keren met goed succes met groot en diep zwemmend kunstaas de snoek proberen te verleiden, ook al vind ik trollen nog altijd een luie maar toch effectieve manier van snoekvissen. Uitzonderingen bevestigen tenslotte nog altijd de regel.

Betekent dit nu ook het einde van deze ABC serie? Zeker weten van niet want er zijn nog een aantal kunstaasvormen die ik nog niet besproken heb en die komen vanaf eind januari en later aan de beurt. Nog even een maandje geduld en dan is het alweer zover, waar blijft de tijd?
 

 

 
< Vorige   Volgende >