Nieuw in de Fotogalerij

Inloggen

Voor een aantal items op deze internetsite o.a. plaatsen van een foto in de fotogalerij, dient u zich te registreren.






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!

Bezoekers

We hebben 8 gasten online
Het ABC van het kunstaasvissen (6)
dinsdag 06 december 2005

In de vorige aflevering heb ik min of meer toegezegd dat ik in het volgende nummer over de resterende andere types kunstaas zou schrijven en dat daarmee deze serie wel voorbij zou zijn. Toen ik zojuist deze regels las, bedacht ik tot mijn schrik dat dit eigenlijk verkeerde informatie is, er zijn namelijk nog enkele specifieke soorten kunstaas waarover ik zonder problemen een informatief artikel kan schrijven. Ik zal dit kunstaas noemen: jerkbaits en lepels.
Daarna kan ik als slotakkoord nog een artikel vullen met zaken zoals streamers, jigs, kleine pilkers en ander minder gekend kunstaas. Dus voorlopig ga ik nog even door en deze maand wil ik het vissen met jerkbaits in het zonnetje zetten.


Pas echt interessant vond ik het vissen met jerkbaits toen ik enkele z.g. kleine Flippers van de firma Gordon Griffiths uit Engeland in handen kreeg. Ik geloof dat Ten Broek uit Krommenie die als een van de eerste speciaalzaken in het assortiment had. Het waren echt leuke kleine dingen met veel actie en met eigenlijk maar een echt nadeel: Als je er goed mee ving, raakten ze snel kapot doordat de lak begon te barsten, het lood uit de gaten raakte en er scheuren in het hout kwamen. En omdat ik er goed mee ving, had ik al snel een aantal kapotte jerkbaits die ik naar de fabrikant teruggestuurd heb en die was toch wel blij met die positieve en negatieve informatie. Het grote voordeel van die kleine jerkbaits vond ik dat je ze met een lichte baitcaster kon binnentikken zonder last van je tenniselleboog en stijve spieren te krijgen. Er zaten niet te grote haken aan en de snoek werd minder snel beschadigd, je had meer sport tijdens het drillen en de prijs van kleine jerkbaits was veel interessanter dan van die dingen van 80 tot 120 en zelfs meer grammen.


“Alle soorten en maten”

Ik weet nog dat ik deze Flippers aan Eddy te Mebel en vismaat Hein liet zien en als echte knutselaars begonnen deze visvrienden zelf kleine jerkbaits te maken, Heiddy was geboren.
Gelukkig komen er steeds meer niet te zware jerkbaits op de markt en de keuze is heel wat groter dan enkele jaren geleden. Zo is het bij mij min of meer begonnen en laat ik nu maar eens wat meer vertellen over de rest mijn uitrusting en manier van vissen.

Je wordt er getikt van!
Voordat ik ga vertellen wat volgens mij de ideale uitrusting is om dit kunstaas zo vangend mogelijk binnen te vissen, nog even deze opmerking. Iedereen heeft de vrijheid om met die hengels, molens, lijn en onderlijn zijn jerkbaits zwemles te geven die hij passend vindt. Ik zal dus niet zeggen dat de kunstaasvissers die een gewone spinhengel gebruiken, een normale spinmolen en geen reel, nylon in plaats van dyneema en een soepele stalen onderlijn in plaats van een massieve onderlijn, het totaal verkeerd doen. Met die uitrusting kunnen ze ook roofvissen met jerkbaits vangen, ik zie het nog genoeg keren gebeuren als ik met gastvissers in de polder ben. Ik wil alleen maar vertellen hoe volgens mij de ideale jerkbait uitrusting er uit ziet, vooral omdat je volgens mij daar optimaal visplezier door krijgt. En hoe vaak vertelde ik nu al niet dat voor mij vissen plezier is? Juist ja, heel vaak en dat zal ik ook blijven schrijven en vertellen omdat het volgens mij de essentie van onze hobby is.

Als ik vertel dat de juiste zwemactie van de verschillende soorten jerkbaits, daarover later nog meer, verkregen wordt door vinnige tikken met de hengeltop te maken, dan zal de lezer waarschijnlijk ook begrijpen dat het doorgeven van die vinnige actie sneller en beter gaat met een niet te slappe en zachte hengeltop en een lijn met minimale rek. Mijn voorkeur gaat dus uit naar een korte spinhengel, en dan het liefst een baitcaster, met een niet te zachte top. Die voorkeur voor een korte hengel, zeg tussen de 180 en 210 cm, komt voor uit het feit dat je het beste je jerkbait kunt binnenvissen met de top van de hengel naar beneden gericht. Met een lange hengel geeft dat problemen zowel bij het vissen vanaf de kant als vanuit de boot.Mijn voorkeur voor de combinatie reel met baitcaster komt voor uit het feit dat je hiermee veel en veel minder problemen hebt met het in de war raken van kunstaas en onderlijn.
Immers als je met een reel vist, trekt het kunstaas tijdens het werpen de lijn van de spoel en gaat altijd voorop en heeft dan een kleine kans om met de onderlijn in de war te raken. Bij het werpen met een gewone molen vliegt de lijn in grote lussen van de molenspoel. Je ziet hoe de lijn met onderlijn op het einde van de worp het kunstaas min of meer inhalen en in de war raken met als resultaat dat je het geheel weer moet binnendraaien om te ontwarren.

Ook vind ik het heel prettig dat ik met een linkshandige reel, waarbij de slinger dus aan de linkerkant van de reel zit, met een hand, mijn rechterhand dus, de reel in zijn vrijloop kan zetten en meteen inwerpen. Met een gewone molen, mijn oude ABU 505 en 506 met half gesloten kap uitgezonderd, heb je altijd een tweede hand nodig om de beugel te openen.
Vooral baitcasters met een z.g. revolvergreep hebben mijn voorkeur omdat die lekker vast in de hand liggen. En laat ik meteen de grote angst die hele volkstammen sportvissers hebben over het werpen met een reel dat toch alleen maar resulteert in pruiken, wegnemen. Met de moderne reels is die angst volkomen ongegrond. Zolang men maar zorgt dat men, vooral als men er mee begint te vissen, de vrijloop van de spoel niet te los zet bij het werpen, kan er eigenlijk heel weinig fout gaan. Die schroef die aan de zijkant van de reel aan de kant van de slinger zit, en dan bedoel ik niet de stervormige schroef die voor de slipinstelling is, maar die kleine ronde schroef die een centimeter uitsteekt, is heel belangrijk om pruiken te voorkomen.


“Ieder op zijn eigen manier”

Als beginnend gebruiker van een reel moet je die zo stevig aandraaien dat het kunstaas dat aan de onderlijn hangt maar heel langzaam naar beneden zakt als je de vrijloop van de reel hebt ingedrukt. Het lijkt alsof de lijn niet vrij is, doch dat is wel zo en je kunt er nu probleemloos mee werpen. Zorg wel dat je tijdens de worp de duim van je rechterhand net boven de draaiende spoel houdt, dan kun je ieder moment corrigerend optreden.
Later, als je het werpen compleet onder de knie hebt, kun je de vrijloop van de spoel iets losser zetten en dat maakt dan weer dat je indien gewenst, verder kunt werpen. Maar geloof me, verder werpen heeft volgens mij vooral bij het vissen met jerkbaits niet echt zin want de presentatie van je jerkbait wordt er op grote afstand echt niet beter van. Mijn voorkeur gaat vooral uit naar korte, goed geplaatste worpen waarbij je je jerkbait bijna altijd kunt zien tijdens het binnenvissen. Je ziet dan niet alleen je jerkbait maar ook de roofvis die misgrijpt.
Geloof me, veel vissers zien vaak die flits of kleine kolk niet van een snoek of snoekbaars die het kunstaas mist omdat je het net voor zijn bek weg trekt, dat komt door de onvoorspelbare actie en het geeft het vissen met jerkbaits extra charme.
Dat ik een massief stalen onderlijn gebruik, heeft ook te maken met het direct doorgeven van de tik met de hengeltop aan de jerkbait en weet dat ik vooral die onderlijnen met de sluiting van een draaiend veertje of spiraaltje gebruik, daarbij is de kans op opengaan van de sluiting en het verlies van dure jerkbaits minimaal. Genoeg over de uitrusting, we gaan nu echt vissen.

Glijders, zagers of tussenvormen?
Misschien had ik de bovenstaande kop wel in de Engelse versie moeten tikken, dan had er zoiets van gliders, pullbaits en hybrids gestaan. Ik vermoed dat de jerkbaitfanaten onder de lezers dan ook wel geweten zouden hebben waarover deze alinea handelt. Maar omdat we naar mijn bescheiden mening al veel te veel buitenlandse kreten in de moderne kunstaasvisserij gebruiken, noem ik liever de Nederlandstalige benaming van de meeste gebruikte groepen jerkbaits.

Bovenstaande karakteristieken verwijzen vooral naar de manier waarop deze jerkbaits door het water gaan. Een glijder zie je als een soort schaatser van links naar rechts en omgekeerd door het water gaan. Een zager duikt bij iedere tik van de hengeltop naar beneden over even verderop weer omhoog te komen, noem het de zaagtand beweging. En dan zijn er nog de tussenvormen die zowel een beetje glijden als duiken en weer omhoog komen. Als laatste eigenschap hebben we dan nog de mogelijkheid dat de jerkbait drijft, zinkend gemaakt is of min of meer heel, heel langzaam zinkt, suspended of zwevend noemen ze dat. We hebben dus een ruime keuze op het gebied van jerkbaits en dat maakt het er voor de beginnende jerkbaitvisser niet gemakkelijker op bij zijn eerste keuze in de hengelsportzaak.

Laat ik die arme visser dan hier maar een beetje helpen door te vertellen dat mijn advies aan beginnende jerkbaitvissers is om met niet te grote langzaam zinkende glijders te beginnen. Ik noemde in het begin de Flippers van Gordon Griffiths al en kan daar zonder aarzelen de Slider van Salmo aan toevoegen. Vooral nu er naast de al bestaande 12 cm uitvoering ook een 10 en 7 cm model op de markt geïntroduceerd wordt of al is. Ik had de eer dit model kort na de EFTTEX al te mogen testen en echt, de zinkende 10 cm uitvoering is een vanger van de bovenste plank want ik ving er in 3 maanden meer dan 70 mooie snoeken en 2 snoekbaarzen mee. Men heeft de keuze uit 7 verschillende kleurencombinaties en ze vangen allemaal goed.


“Ze vangen uitstekend”

Dan zijn er natuurlijk ook nog de handgemaakte jerkbaits van de eerder genoemde doe het zelvers zoals de Tukker van Eric de Lange, de Heiddy van Hein en Eddy, de Robbaits van Rob Kraayeveld, de diverse glijders van Andre Koehoorn en Marco Dol evenals de vele creaties van Cees van Straaten. Nu heb ik zeker een aantal namen vergeten, neem het me niet kwalijk, dit artikel heeft niet de pretentie een jerkbait catalogus te zijn.
Als goed vangende voorbeelden van duikende zagers wil ik een drietal jerkbaits noemen waarmee ik zelf goed gevangen heb. Als eerste, omdat hij de oudste rechten heeft na minstens een halve eeuw heel veel vissers gelukkig gemaakt te hebben, wil ik de Suick Thriller noemen. Echt zo’n panlat met dreggen model met op het achtereind nog een klein blikken schoepje waarmee je de diepgang kunt regelen. Wat de snoeken, zowel de kleine als grote exemplaren in dit eenvoudige stukje kunstaas zien, is me een raadsel, maar ze vangen wel!!

Sinds ik een paar visdagen met dubbele cijfers, dus meer dan 10 snoeken, in Nederland met de Salmo Jack 18 cm heb beleefd, hoort deze imitatie snoek ook tot mijn favorieten. Dat ik hem minder gebruik dan de eerder genoemde glijders heeft dan weer te maken met een pijnlijke tenniselleboog. Want echt, je moet de actie behoorlijk in deze Jack timmeren, dat kost spierkracht en dat is een probleem met mijn rechterarm. Je zou kunnen spreken of een soort beroepsziekte, ik zal er echter niet voor afgekeurd worden, ik blijf vissen.
Als laatste noem ik dan de jerkbait die Arjan Willemsen maakt en die de buitengewoon vreemde naam Halve Liter kreeg. Maar wat maakt een vreemde naam uit zolang deze zager goed vangt? Juist ja, helemaal niets
Over de tussenvormen ga ik het nu niet meer hebben, ik heb toch al moeite om binnen de toegestane ruimte te blijven, snel naar het belangrijkste onderdeel: hoe vis je deze jerkbaits?

Niets moet, alles mag
Ik weet nog goed hoe ik heel vroeger, ik bedoel de 50er en 60er jaren van de vorige eeuw, met een pocketboek van Jan Schreiner, denk aan titels zoals “Haken en Ogen”, “Vastslaan en Strakhouden” en “Aan de haak geslagen” in de binnenzak met de spinhengel de polder in ging. Zo nu en dan spiekte ik in de hoofdstukken over het vissen met kunstaas om nog eens door te lezen welke variaties op gebied van het kunstaas binnenvissen de maestro had opgeschreven.
Een van de belangrijkste adviezen die me uit die tijd is bijgebleven en die ik nu nog altijd in de praktijk toepas, is het variëren van de snelheid van het kunstaas. Immers, zowel een zieke als gezonde prooivis zwemt ook niet altijd met dezelfde snelheid. Daarom is deze goede raad ook tegenwoordig nog zeer actueel en ik wil er nog een belangrijke tip aan toevoegen: “Wie vangt, heeft gelijk.” Daar bedoel ik dit mee: “Varieer zoveel men kan op het gebied van de presentatie.” Er bestaat geen enkele wet die zegt dat men zijn kunstaas, en in dit specifieke geval de jerkbait, zo of zo moet binnenvissen. Als ik met goede kunstaasvissers me heerlijk vermaak in de polder, zie ik bijna altijd dat we vooral bij het vissen met jerkbaits behoorlijk verschillende manieren van binnenvissen hebben. De een geeft korte tikken, de andere lange halen, de derde draait heel langzaam binnen en bij de vierde lijkt het alsof hij zijn jerkbait met zo nu en dan een korte tik in recordtijd binnen haalt. Grote verschillen dus maar wel met meestal hetzelfde eindresultaat: Ze vangen allemaal vis!


“Ook in de winter vangen ze goed, zeker op niet te diep water”

Zelf mag ik graag voorzichtig peuteren met een zinkende jerkbait op de vierkante meter. Vooral als ik een snoek gemist heb en hem dus weet te zitten maar ook in de diepere gaten voor duikers of boven en naast plantenbedden. Je zou dat laatste een vorm van verticaal vissen kunnen noemen. De een vist zijn jerkbait compleet in de oppervlakte, de andere tikt hem met kleine korte tikjes met de hengeltop heel laag juist de diepte in. Ze vangen beiden snoek en dan kun je dus niet stellen dat de een het goed doet en de ander niet. Nog gekker wordt het als je met drijvende jerkbaits vist en als je tot je verbazing ziet dat een snoek zich zonder aarzelen vergrijpt aan je jerkbait die even stil op het water ligt omdat jij met wat anders dan binnendraaien bezig bent. Ja, wie vangt heeft gelijk en het is juist die grote verscheidenheid in manieren van binnenvissen van jerkbaits die maakt dat ik dit echt een van de allerleukste manieren van kunstaasvissen vind.

Dat zal zeker en vast ook te maken hebben met het visuele aspect, vooral in de ondiepe polderwateren, als je ziet hoe een snoek zich in de bovenste waterlagen, en soms voor een groot deel boven water, op je jerkbait stort. Natuurlijk, doordat je dit kunstaas niet in een rechte lijn vist, zul je meer missers krijgen dan met een in een rechte lijn geviste plug of spinner, maar wat maakt dat uit? Ik heb vaak meer voldoening in het vangen van een snoek die zich al een paar keer heeft laten zien en die je tenslotte met enkele kunstgrepen zoals het wisselen van kunstaas, indraaisnelheid of een half uurtje wachten, toch vangt, dan exemplaren die meteen aan de haak hangen. Ik heb dan het idee dat ik net even slimmer was dan die vis.Maar goed, dat zijn persoonlijke gevoelens en een andere visser zal misschien wel de pest in zijn lijf hebben als hij een mooie snoek een paar keer achter elkaar mist en niet vangt.

Zo kan ik me nu al verheugen op vanmiddag als ik ga proberen een knappe metersnoek die ik al twee keer gemist heb, eindelijk een keer voor de camera te krijgen. Mocht dat lukken, zal ik er op het einde van dit artikel melding van maken. Einde van dit artikel? Ik denk dat ik er al min of meer aan toe ben en daarom nog snel een paar praktische tips aan beginnende jerkers.Zorg ervoor dat je jezelf een bepaald ritme van tikken met de hengeltop en draaien aan de slinger van reel of molen aanleert. Ik zie nogal vaak dat de coördinatie tussen deze twee bewegingen ontbreekt bij nieuwelingen in de rukkunst, to jerk betekent in het Engels rukken.Zorg voor een wat zwaardere lijn op je reel of molen. Waarom? Omdat trekproeven in een goed uitgerust laboratorium hebben uitgewezen dat vooral de eerste meters van de gevlochten lijn bij het vissen met jerkbaits veel meer op hun donder krijgen en sneller een behoorlijk deel van hun trekkracht verliezen dan bij het vissen met pluggen, spinners en lepels. Zelf gebruik ik altijd dyneema lijnen met een diameter van rond de 0,28 mm en verwissel ik regelmatig de eerste paar meter na enkele visdagen.


“Het werkt verslavend dat jerkbait vissen”

Als ik met wat grotere jerkbaits vis, dan zijn die vaak standaard uitgerust met zeer grote haken, zo zitten er op de Fatso, Warrior en Jack van Salmo dreggen maat 4/0. Je kunt met die joekels van dreggen heel wat schade doen in de bek van grote en vooral kleine snoeken. Daar heb ik een hekel aan, vandaar dat ik deze dreggen vervang door een paar maten kleinere dunnere dreggen zoals de Gamakatsu Treble 13 waarvan ik dan ook de weerhaken dicht druk.
Ik heb niet gemerkt dat ik er minder door vang, wel is het zaak om tijdens het drillen de lijn altijd onder spanning te houden, maar goede vissers doen dat eigenlijk altijd automatisch.
Tot zover het 6e artikel in deze ABC reeks en weet dat we over maand met nummer 7 komen en dan eind mei begin juni met het achtste en dan ook laatste deel in deze serie zodat men vol nieuwe informatie met goede moed aan het nieuwe roofvisseizoen kan beginnen.

 
< Vorige   Volgende >