Nieuw in de Fotogalerij

Inloggen

Voor een aantal items op deze internetsite o.a. plaatsen van een foto in de fotogalerij, dient u zich te registreren.






Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!

Bezoekers

We hebben 4 gasten online
Zwarte Piet
zwarte_piet

Door: Bertus Rozemeijer | Hoe kan het nou toch dat wij ons altijd benadeeld voelen wanneer er in de natuur ontwikkelingen plaatsvinden die niet met onze visie stroken? Als we maar half denken benadeeld te worden mag gelijk iedereen dat weten. Om problemen bloot te leggen zoeken we de oorzaak niet bij nszelf maar zoeken liever naar een andere zondebok. Bertus Rozemeijer heeft daar zo zijn eigen mening over…Zijn er dieren bij betrokken, dan kunnen die zich niet verdedigen.Die onmondige worden daardoor slachtoffer van onbegrip of zelfs ongefundeerde hetze. Een persoon of een groep die zich benadeeld voelt, begint al snel wat te roepen.

Krijgt dat gehoor dan roepen we dat al gauw in koor na. Niet eens zo lang geleden werd gezegd dat haaien niet deugen. Ze vreten alle vis en af en toe een maaltje mens op. We weten nu wel beter en begrijpen de rol van de haai in het ecosysteem, maar wat heeft dat toen en nu nog steeds niet aan haaienlevens gekost? Naar zeggen lusten wolven ook wel eens wat mensenvlees, dus hup klemmen zetten, aas vergiftigen en bejagen tot ze op het punt van uitsterven staan. En dan moeten er weer allerhande projecten gestart worden om het tij te doen keren.

zwarte_piet_1.jpg

Toen ik nog een klein jongetje was kreeg ik op school van een bioloog te horen dat snoeken regelrechte vreetmachines waren. ‘Elke dag eet een snoek zijn eigen lichaamsgewicht aan vis op.’ Een spectaculair gegeven, dus je gelooft dat maar al te graag. Daarom vond je het zo gek niet dat iedere snoek die gevangen werd, dat met de dood bekopen moest. Tot het water groen uitslaat en we beseffen dat door het ontbreken van snoek de visstand in zijn geheel ontwricht is. En ook dat weer terugbrengen naar oude waarden heeft heel veel inspanning gekost, en nog zijn we er niet. Lessen genoeg maar toch trappen we er telkens weer in en blijkt dat roofdieren in wat er van de natuur over is gewoon nodig zijn! Er is nooit een probleem, behalve ons eigen concurrentiebeding. Wij dulden het gewoon niet dat er anderen zijn die ook… profiteren. Wordt die concurrentie uitgeschakeld en ervaren we daarna dat daarmee een fout gemaakt is zitten achteraf met zijn allen met het schaamrood op de kaken. ‘Hebben we dit nou wel goed gedaan?’ We weten het antwoord zelf wel. Natuurlijk niet!

De laatste jaren moet de aalscholver het ontgelden. Ook al een vreetmachine die er met ‘onze’ vis vandoor gaat. Zowel sport als beroepsvissers roepen in koor het zelfde. Afknallen, die zooi! Maar hoeveel sport- of beroepsvissers zullen er zijn die proberen een  alscholver of het vermeende aalscholverprobleem te begrijpen? Hoeveel beroepsvissers zullen er zijn die van zichzelf weten wie de oorzaak van de in veler ogen veel te grote aalscholver populaties is? Laten we eerst eens naar de aalscholver zelf kijken. Phalacrocorax carbo heet hij in net Latijn. In Nederland hebben we met een paar verschillende aalscholvers te maken. P. carbo is de meest voorkomende. Zie je hem vlakbij of door een goede kijker, valt de fraaie purperen glans je gelijk op. De Kuifaalscholver, P. aristotelis, zien we eigenlijk alleen maar aan de kust en deze soort broed ook niet in het binnenland. Er is nog een ondersoort. Die luistert naar de naam P. sinensis, en kenmerkt zich door een fraaie groene glans. Onze aalscholver is de grootste in een grote familie. Aalscholvers zijn familie van de fregatvogels, pelikanen en jan van genten. Dit zijn allemaal viseters. De familie Phalacrocorax is erg oud. Al in het Mioceen, een periode die dateert van 23 tot 5,3 miljoen jaar geleden kwamen verschillende soorten aalscholvers voor. Zelf van voor het Mioceen zijn fossiele bot fragmenten van aalscholvers bekend.

zwarte_piet_3.jpg

We kunnen dus gerust stellen dat aalscholvers er tenminste 23 miljoen jaar zijn. Al die tijd is het evenwicht tussen deze vogels en de visstand in balans gebleven. Er was toen vis en er is nu nog vis. Veel van de gevonden fossielen van de aalscholvers zijn gevonden in lagen guano, bijvoorbeeld in Tanzania’s Minjingu mijnen.  uano is de mest van onder andere aalscholvers wat afgegraven wordt om als meststof in de landbouw te dienen. Zonder deze vroeger veel gebruikte meststof, die een regelrechte katalysator in de groei van planten is, hadden veel agrarische bedrijven nooit een  estaansrecht kunnen opbouwen en was de land en tuinbouw wereldwijd niet wat het nu is. Misschien kijken we te vaak naar dat fraaie bos bomen wat onder de mest van aalscholvers verloren gaat, maar er komt uiteindelijk veel meer voor terug! 1-0 voor aalscholvers & Co. Eigenlijk is het ook in dit geval triest naar aalscholvers te wijzen wanneer die een bos(je) op een eiland uitgekozen hebben daar te broeden. Ja, dat bosje bezwijkt, maar komt ook weer terug.  zullen we ter vergelijking eens twee luchtfoto’s van het regenwoud, een jaar na elkaar en van hetzelfde gebied genomen, over elkaar schuiven? Wat wij in een jaar wegkappen voor een mooi vloertje, is grootschaliger dan miljoenen jaren schade aan bomen door  aalscholvers veroorzaakt. Blijft natuurlijk de vermeende schade die aalscholvers aanrichten aan ‘de’ visstand. Ik druk me nu netjes uit, want maar al te vaak wordt gesproken over ‘onze’ visstand, of over ‘ons’ water.

In totaal kent Nederland ongeveer 19.000 broedparen aalscholvers. Dan zijn dus 38.000 aalscholvers in totaal. Om te overleven heeft elke vogel over het jaar gezien ongeveer 400 gram vis per dag nodig. In de broedtijd is dat wat meer, erna weer minder. Vergeet de verhalen over meerdere kilo’s of het eigen lichaamsgewicht aan vis per dag. Dat heeft een vogel die rond de vier kilo weegt niet nodig. Het zijn nog steeds de‘vraatzuchtige snoek verhalen’ die ik als jongetje te horen kreeg. Voor het grootste deel (70%) bestaat de prooi uit blankvoorn en kleine brasem. Daarna komt baars en pos en in kleinere aantallen aal en snoekbaars. Natuurlijk haalt de aalscholver gelijk het nieuws wanneer eens een grotere snoek , of snoekbaars gegrepen is. Wanneer we nu een rekensom maken zien we dat 39.000 aalscholvers per dan 0,4 kg vis eten wat betekent dat ze, per dag, 15.600 kilo ofwel 15,6 ton vis wegwerken. Per jaar is dat 5.694.000 kilo, ofwel 5694 ton vis.
Dat lijkt enorm veel vis. Maar is dat wel zoveel en als dat zo is, hoe kan het dan dat die ruimte er is? Ik heb in de totale dynamiek in de visstand nog niet alles kunnen vinden wat ik zou willen weten om werkelijk alles boven tafel te halen.
Dat is niet in het voordeel van de aalscholver. Zou je alle gegevens op tafel leggen, denk ik dat ieder rechtgeaard mens direct beseft dat wij op de verkeerde weg zitten en zich distantieert van alle verdachtmakingen betreffende deze vogel.

Via Internet kom je achter veel gegevens, maar je vindt ook niet alles (snel) terug. Zo vond ik dat in Nederland zevenhonderd ton paling verwerkt wordt. Ongeveer vijfhonderd ton ervan wordt met (schiet)fuiken gevangen. Je vindt ook gegevens van bijvoorbeeld het Productschap vis. Hier krijg je de gegevens over de vangst van zoetwatervis in het  IJsselmeer boven tafel. Helaas niet de meest recente cijfers, maar alleen op het IJsselmeer wordt per jaar tussen de 250 en 300 ton aan aal geoogst. Dat is natuurlijk maar een klein gewicht vergeleken met het totaal wat de aalscholvers verwerken. Wat niet vermeld wordt is dat wij per kilo aal 10 tot 40 kilo schubvis vernietigen. De schubvis zwemt zich deels vast in de netten. Zo gaan onder andere vele miljoenen snoekbaarsjes en baarsjes verloren. Veel andere vis ontslijmt in de netten en is vaak al dood, voor de netten geleegd worden. Gaan we uit van een gemiddelde van 25 kilo, betekent dit dat we eigenlijk 500 x 25 kg. = 12.500 ton vis hebben vernield waarna we daar bovenop 500 ton vis van een soort consumeren… Voor een soort consumptievis vernielen wij, u en ik ruim 5000 ton meer vis dan de aalscholvers in totaal nodig hebben zich in stand te houden. Overigens heb ik zo links en rechts en van (grote) beroepsvissers gehoord, dat het totaal aan gevangen aal wel eens aanzienlijk hoger kan zijn dan wat opgegeven wordt. Bijkomstig is het gegeven dat we voor vissen als baars en snoekbaars ook nog eens vele tienduizenden watervogels laten sterven in de (staande) netten. Spoelt een tiende hiervan op Scheveningen aan, is dat wereldnieuws! En ook dit is alleen een gegeven van het IJsselmeer. We zullen hier maar geen verdere berekeningen op loslaten.

We schieten nu al aardig op naar de vraag of de aalscholvers niet teveel last van ons hebben! En met ons bedoel ik wij sportvissers. Heeft de aalscholver er geen last van dat de snoekbaarsvissers in Nederland samen een kleine 5500 ton aan vis oogsten? En dat is alweer meer vis, van een soort dan de aalscholverpopulatie consumeert. Er is echter nog veel meer aan de hand. Het barst in Nederland van allerhande visclubs. Grote clubs met veel groot water, maar er zijn er ook veel die het van kleine stadswateren moeten hebben. Om de leden te plezieren wordt vis uitgezet. Vaak veel meer dan het water op natuurlijke manier dragen kan. Soms zo zwaar bezet, dat het water belucht moet worden. Het zijn ook deze watertjes die door aalscholvers bezocht worden. Ja vindt je het gek. Hier ligt een compleet tafeltje dekje voor ze klaar. Alweer moet je jezelf afvragen wiens schuld het is dat er aalscholvers in dergelijke putjes duiken. We maken het de vogel erg eenvoudig om op die manier optimaal voor zijn eigen broed te zorgen. Waar normaal misschien twee van de vier kuikens uitvliegen, verlaten nu alle kuikens het nest. Voor een deel ‘kweken’ we als sportvissers zelf aalscholvers. Dat kweken wordt overigens door het beroep op nog veel groter schaal gedaan.

zwarte_piet_4.jpg

Het water in Nederland moet schoner. Er wordt al jarenlang hard aan schoon water gewerkt maar het kan en moet beter. Laten we ook hier eerlijk in zijn: er bestaat niet zoiets als te helder water. Schoon water betekent wel voedselarm(er) water. Minder voedsel in het water betekent uiteindelijk ook minder vis in het water. Rijkswaterstaat streeft helder water na, wat ze overigens ook door Brussel opgelegd is. Dit streven staat haaks tegen wat veel sportvissers willen. Het valt zeker slecht bij de beroepsvissers. Immers, die hebben er belang bij zoveel mogelijk visvlees in het water te behouden. Dat lukt ze door het afvissen van veel roofvis als aal, baars en snoekbaars erg goed. Nemen we het IJsselmeer weer als voorbeeld, zie je dat er naast de aal, in 2003 ook nog 156.211 ton baars gevangen is. Er is ook 195.614 ton snoekbaars weggevist. Maar waar je niemand over hoort is het begin van de ontwrichting van het natuurlijke evenwicht. Paling is zo goed als uitgestorven. De vis zelf weet het nog niet, maar uitsterven, ligt op de loer. Vraag jezelf eens af hoeveel kuit een aal weg hoort te vreten? Hoeveel aal er eigenlijk in je water hoort te zwemmen en wat het ontbreken van een natuurlijk gewicht aan aal voor de (door) ontwikkeling van de visstand betekent? Door deze druk op de belangrijkste roofvissen van het IJsselmeer blijfteen veel te groot bestand aan prooivis als blankvoorn en brasem achter. In het overgrote deel van dit bestand vindt de aalscholver rond het IJsselmeer zijn bestaansrecht. Immers: door de visserij inspanning wordt een onnatuurlijk evenwicht geschapen waarvan deze vogel profiteert. Uit onderzoek weten we dat brasem en blankvoorn het overgrote deel van het voedsel is wat de aalscholver eet. Omdat we al met een gigantisch overschot aan witvis zitten, zou het terugdringen van de aalscholver populatie wel eens averechts kunnen uitpakken. Nog meer ‘verbraseming’ van veel water. Misschien komen er nog meer problemen boven tafel om het water helder te maken. Er wordt nog vaker een beroep op de beroepsvissers gedaan het water met zegens van brasem en blankvoorn te ontdoen.

Tijdens het zegenen worden onherroepelijk voor de sport, maar belangrijker nog, voor het milieu onder water, waardevolle vissen als baars, snoekbaars en snoek mee gevangen. En of die allemaal teruggaan? Wel eens de ontwikkelingen op het Volkerak gevolgd? Daar is de cirkel rond. We kweken vis, en het overschot ervan wordt weggewerkt door een prachtige vogel zonder wiens hulp ons water allang tot een massa groene soep verworden was. Laten we de aalscholver maar eens een beetje tijd geven. Waar water wel helder wordt, is het voor een vogel als de aalscholver lastig jagen. Het brengt de vogels echt in de problemen en waar problemen voor een soort zijn, zie je die soort vanzelf decimeren. Precies zoals het in de natuur bedoeld is te gaan.
 
< Vorige   Volgende >